Ze fietst over straat. Ik schat haar achttien jaar. Ze rijdt op een omafiets, net zo een als ik vroeger had. Toch fietst ze anders. Ze is namelijk aan het bellen en heeft één hand aan het stuur en de andere aan haar oor. Ik zie ik aan haar hele lichaamshouding dat het een leuk gesprek is. Als ik haar passeer kijk ik even opzij. Ze praat geanimeerd en stralend in haar roze mobieltje. Ja, het is een leuk gesprek. Gelukkig.

Sinds enkele jaren heb ik ook een mobiel. Ik bel er niet zoveel mee als het meisje op de fiets. Afkomstig uit een andere generatie is het voor mij vooral een gebruiksvoorwerk om mee gebeld te worden. Prepaid ook, dus anderen bellen is duur. Mijn mobiel zit vol met krassen en is daarmee vast niet zo mooi als die van het bellende meisje. Bij mij zit dat ding ook overal en altijd in. Er valt er ook iedere twee jaar wel een in het water. Of, zoals onlangs nog, verdwijnt in de wc omdat ik ‘m niet goed in mijn kontzak had zitten. Gek eigenlijk, dat je een telefoon meeneemt naar een plaats waar je van ze leven dagen niet door je vrienden of klanten gezien wilt worden. Wat is dat toch met die bereikbaarheid van tegenwoordig. We hebben draadloze telefoons in huis, mobieltjes gaan van jas in tas in jas in auto op bureau in tas in jas in auto en thuis op de tafel. Ook tijdens het eten. En of dat nog niet genoeg is hebben we tegenwoordig bijna allemaal adsl in huis, zodat we in een straal van enkele honderden meters kunnen msn-nen of e-mailen. Mijn man en ik werken soms zelfs even snel in de tuin ‘omdat de zon daar zo lekker schijnt.’

Bij mij is de draadloze telefoon in huis onlangs stukgegaan. Er kwam tijdelijk een ouderwets exemplaar van mijn ouders voor in de plaats. Met snoer dus, een korte ook nog. Na aanvankelijke onrust over mijn bereikbaarheid ontdekte ik hoeveel rustiger het bestaan erop was geworden: ik kon er niet mee rondlopen, zat daardoor relaxed in de tuin en ik hoefde ook niemand terug te bellen want het ding had geen antwoordapparaatfunctie. Na enkele dagen ging ik vanzelf minder mijn e-mail checken en zat ik voor het eerst in jaren op de dagen dat ik niet werkte in alle rust met de kinderen te spelen. Voor even waande ik mij in een ander tijdperk, waar 24/7 bereikbaar zijn ondenkbaar en soms zelfs onfatsoenlijk was (ik mocht van mijn ouders op zondag of na tienen in de avond nooit een vriendinnetje bellen, om maar een voorbeeld te noemen).

Omdat ook deze ouderwetse huistelefoon eraan ging heb ik van de week een nieuwe gekocht. Inderdaad, een draadloze, met een boodschappenservice en handsfree, zodat ik telefonische interviews kan afnemen. Ik heb me wel iets voorgenomen: in de avond gaat mijn mobiele uit, de huistelefoon blijft in zijn station en in het weekend mag ik alleen op zaterdag nog een keer mijn mail checken. En op zondag is het hier rustdag. Net als vroeger!