Goede voornemens. Ik neem me geregeld voor om die vooral nooit te maken. “Want je houdt ze toch niet vol,” roep ik ieder nieuw jaar op 1 januari tegen iedereen om me heen als ze besluiten af te vallen, niet meer te roken, meer te bewegen, socialer te zijn… Nieuwe ronde, nieuwe kansen, geen tekortkoming ontkomt aan de wens om het deze keer écht, maar dan ook écht anders te doen. 
Zit ik net mijn eigen columns na te lezen, zie ik als eindzin in de column over mobiel bellen staan: “Op zondag is het hier voortaan rustdag”. Nou, ik kan je zeggen, van dit goede voornemen is hier weinig terecht gekomen. Het woord komt niet eens in mijn persoonlijke vocabulaire voor. Ook niet op zondag. Altijd is er wel een reden om op te veren en ‘iets’ te gaan doen. TV kijken met de kindjes mondt uit in strijken en opruimen. Spelen in de tuin betekent dat ik na vijf minuten zitten onkruid ga trekken, vervolgens het terras ga aanvegen en dan nog even het konijn verschonen. Niet bellen betekent dat ik mijn klanten ga mailen. En zo blijf ik aan de gang. Het huis - en mijn opdrachtenportefeuille - vaart er wel bij hoor, maar voor mijn persoonlijke welzijn zou het goed zijn als ik eens langer dan vijf minuten niks deed. Goed, dan neem ik me nu voor…