Zondag is het koopzondag. Een zevende dag in de week om te kopen. Te consumeren. Als het zoveelste pak folders op de deurmat valt krijg ik er ineens genoeg van. Wat nou kopen, kopen. Wat hebben we nu nog echt nodig, behalve gezond eten. We leven al in overvloed. ‘Nu een My little poney voor 4,99 in plaats van 7,99 bij het Kruitvat.’ Nou en! We hebben ongewild al 20 van die dingen liggen. Gekocht een stuk of twee en de rest gekregen. En er wordt amper mee gespeeld. In de keukenkast staat onderin een bak voor plastic afval. Er naast staan lege blikken en glazen potten. Er bovenop ligt oud papier. Stapels oud papier. Ik schrik van de hoeveelheid papier die ik wekelijks verzamel daar, in dat weggemoffelde plekje in de keuken. Om het vervolgens buiten op te slaan, in de metalen ton die, net als de luiers, om de week wordt opgehaald voor een nieuw leven. Deden ze maar hetzelfde met de enorme hoeveelheid plastic afval in de vorm van zakjes, delen van verpakkingen en sap- en zuivelflessen die je ten deel valt als je simpele boodschappen doet. Vertwijfeld vraag ik me af hoe ik de berg afval die wij als gezin produceren, omlaag kan brengen. Ik ben Reinout al zindelijk aan het maken, maar we moeten wel eten. Zal ik naar de markt gaan? Maar daar stoppen ze het ook in zakjes. Papier of plastic, dat maakt me niet uit, het is weer een omhulsel dat ik moet weggooien. Maar wat dan? Ik kan moeilijk met een emmer naar de markt. Hoewel… vroeger, je weet wel, in de vorige eeuw, brachten ze vlees, zuivel, groenten ook aan de man. Niks geen zakjes, maar pannetjes, die de consument zelf meebracht was het verpakkingsmateriaal. Deksel erop en klaar. Stukken beter voor het milieu. Daar kan geen recycleteam tegenop. Eigenlijk waren ze zo gek dus nog niet, die generaties voor ons. Wat denk je, is er een toekomst voor een pannetje in de 21ste eeuw?