Terwijl ik sta te bedenken welke soep ik uit het schap zal pakken, zie ik uit mijn ooghoeken een mevrouw met winkelwagen en al in slow motion achterover vallen. Haar handen grijpen in het niets als de kar haar ontglipt, ze draait en botst eerst met haar romp en dan met haar hoofd op de grond. De kar rijdt nog een stukje door, zodat ze er uiteindelijk met haar benen onder komt te liggen. “Oe mevrouw!” roep ik hard. Ik stap naar haar toe en vraag of ik haar omhoog mag helpen. Het mag. Terwijl ik haar op haar verzoek onder de oksels vastpak en overeind help verbaas ik mij erover dat ik hier in mijn eentje sta te worstelen. “U bent geschrokken,” constateert het vrouwtje als ze weer enigszins wankel op haar dunne, want mindervalide beentjes, staat. “Ja zeker,” antwoord ik. “Ik ben echt geschrokken. U maakte ook een enorme zwieper mevrouw!” Zonder nog iets te zeggen schuifelt de dame hierop enigszins genegeerd verder. Voor ze het hoekje omgaat werpt ze nog een snelle blik achterom. Met gloeiende wangen kijk ik om me heen. Waar was iedereen toen het nodig was? Ik was toch niet de enige in de winkel, ook al is het zaterdagochtend 08.00 uur. Nee, ik was niet alleen! Op een meter van mij vandaan staat een jonge vrouw intensief de achterkant van een pak rijst te lezen. De dames van de afdeling vleeswaren, die recht op de gang uitkijken, zien ook niks en kletsen lekker met elkaar door. Net als de twee potige vakkenvullers van om de hoek. Blijkbaar heeft geen van hen mijn harde gil gehoord. Of is dit een staaltje van keiharde onverschilligheid richting een medemens? Verbijsterd ben ik, vol ongeloof ook dat niemand mevrouw wilde helpen. Met rode konen rond ik het boodschappen rondje af, betaal en stap in de auto. En dan bedenk ik dat er wél iemand voor haar was. Ik. Gelukkig zijn er nog mensen die een ander wel helpen. Zo lang die er zijn, doet een ander het ook. Ineens voel ik me heerlijk. En voor het eerst in dit nieuwe jaar neem ik me iets voor: de volgende keer vraag ik gewoon aan een omstander of ‘ie me even wil helpen. Niet omdat dat nodig is, ik kon het zelf, maar om het stokje door te geven. Die iemand te laten ervaren hoe goed het voelt als je even bijspringt. Dan wordt 1, 2, wordt 2, 3 en helpen we uiteindelijk allemaal elkaar. Ook als we niet vallen.