|
Konden we bij nummer één de computer nog weghouden tot hij de respectabele leeftijd van zeven jaar had bereikt, bij onze dochter kwam ‘het moment’ op vijfjarige leeftijd en onze jongste bereikte dit, tot mijn spijt, al op driejarige leeftijd. Met hun kindervingertjes op het muisvlak van de laptop surfen ze als grote mensen het net over. De ‘bijtjes’ zorgen er sinds kort voor dat ze niet op vreemde sites terecht komen, maar ieder op hun eigen niveau computeren. Wat met de computer gebeurde, gebeurde ook met de ‘DS’. Na eerst voor nummer één met zeven jaar en nummer twee met vijf een Nintendo DS spelcomputer te hebben aangeschaft in de naam van Sinterklaas, kreeg onze jongste het ding al toen hij koud drie jaar was. De reden: we gingen enkele dagen nadat hij met pseudokroep op de Eerste Hulp was beland 1.100 kilometer rijden in één dag. Het leek me wel handig om hem het ding te geven op het moment dat hij de rit echt niet meer zag zitten. En inderdaad: ‘het grote cadeau’ sleepte hem door de laatste 300 bergkilometers naar onze vakantiebestemming. So far so good. Zou je zeggen. Maar nu zit ik met de gebakken peren. De ruzies om de laptop zijn niet van de lucht. De herrie van de DS, plus de verslavende factor van het apparaat, bezorgen me kopzorgen van heb ik jou daar. Regels, echt regels op een papiertje, moesten lucht in de situatie brengen. Maar regels bedenken is één, ze handhaven is een moeilijke tweede. Zeker als je van drie koters met één magnetronklok de speeltijden probeert bij te houden. En dus ligt de laptop nu sinds een paar weken op de hoogste plank van mijn kantoorkast. Het gezegde ‘Uit het oog, uit het hart’ blijkt ook hier te gelden. De DS blijft een stoorzender, maar het geluid moet voortaan uit. Doen ze dat niet dan is ‘Hij nu van MIJ!’ en leg ik het ding boven op de keukenkast. Niet echt gezellig. Bovendien DS-en ze er geen seconde minder om. ‘Zou dat nou niet schadelijk zijn voor de ontwikkeling van onze jongste,’ bedacht ik me laatst toen hij zeker twee uur met de DS in de weer was geweest? ‘Ik suste mezelf door te zeggen dat het “trial and error” gegeven heel interessant was om te zien. Hij zou er vast allerlei slimme hersenverbindingen door leggen…’ Maar toen kreeg hij in het kader van de naderende Pasen van zijn oma een zogeheten eiermolen. Dit is apparaatje met twee zuignapjes, waar je een gekookt ei tussen kunt klemmen, zodat je dat al schilderend zonder vieze vingers te krijgen kunt ronddraaien. Voor de zuignapjes zitten rondjes met daarin felle kleurtjes waterverf. Reinout nam het ding met een stralend gezichtje aan, keek naar mijn man en zei: ‘Leuk he! Als ik op het gele knopje druk, wordt het eitje geel!’ Nu zal hij er dankzij zijn trial-en-error-systeempje snel achter komen dat het zo écht niet werkt. Dat hij een kwastje moet gebruiken om het ei een kleur te geven. Maar ondertussen moeten die drie DS-en, net als de laptop, een tijdje verdwijnen volgens mij. Boven op de kast met de virtuele werkelijkheid. Op naar de harde werkelijkheid! Van hameren en zere vingers. Van klimmen en blauwe plekken. Van samen voetballen en ruzie maken. Van scheppen, kliederen en kledderen en vieze broeken. Wat denk je, zullen ze het met me eens zijn?!? In mijn virtuele werkelijkheid wel, natuurlijk. Maar in real life? ;-) |